“Die blik: het voelt als een stomp in de maag . . .”
"Je verwachtte dit niet: een plotselinge pijn alsof je een stomp in je maag krijgt, of een hitte die je huid verbrandt. Jij, net als wij allen, wil aardig / geliefd worden gevonden, gewaardeerd en geaccepteerd. En dan dit moment: een nare, verborgen blik, te lang..., gefluister waar niet aan ontkomen kan worden, maar waarvan wordt gedaan alsof je het niet kunt horen. Of je voelt een ruwe douw in je rug bij het passeren. Iemand verfoeit je, veracht je, wil je ver weg hebben, kan je slaan, wil je beschadigen. Dit gevoel van dreiging en vijandigheid: je ervaart vijandigheid..."
We ervaren meer intolerantie en vijandigheid; we worden gebombardeerd met nieuws over oorlog en geweld. Vrienden sluiten zich aan bij tegengestelde groepen; voelen zich bedreigd en onderlinge vijandigheid volgt. Ieder mens kent vijandigheid, van buitenaf of binnenuit, in de familie, op school, werk, de straat, de club. We voelen ons vaak machteloos hier tegenover. Machteloosheid voedt woede. Ook wanneer we de autoriteiten beoordelen is er die woede: “we worden niet serieus genomen”.
Met onze groep gaan we in op elkaars ervaringen. Enkele van ons hebben moeten vluchten voor geweld.
Wat overkomt ons wanneer we de confrontatie met vijandigheid tegenkomen. Hebben we controle?
Wat volgt er bij zo’n confrontatie: agressie, vlucht, verlamming, of een gesprek. Kunnen we kiezen we voor escalatie, of de-escalatie.